Max is een zacht en gevoelig neushoorntje. Voor zijn verjaardag krijgt Max een hobbelpaard waar hij vaak mee speelt. De dagen gaan voorbij en Max word groter en groter. Op een dag krijgt hij van zijn vader te horen dat het leven hard is. "Je moet je leren verdedigen,” zegt zijn vader, “zorg dat je een dikke huid krijgt.” Max knikt gehoorzaam. Vaak als hij buiten speelt, begrijpt hij iets van wat zijn vader bedoelt. Hij merkt dat zijn bloed zo zoet is dat muggen hem plagen. Daarom ruilt hij zijn lievelingspaard in voor een paar bokshandschoenen. Vanaf dat moment wordt hij met rust gelaten. De voeten van Max zijn zo gevoelig dat ze al pijn doen als hij op een mier trapt. Daarom koopt hij soldatenlaarzen. Nu kan hij met een gerust hart rond marcheren. Max voelt zich stoer met zijn soldatenlaarzen en trekt er op uit met andere neushoorntjes. Samen halen ze kwajongensstreken uit, maar de huid van Max is zo dun dat hij bij het kersen stelen altijd als eerste word betrapt. Daarom verstopt hij zich in een harnas. De neus van Max is zo zacht dat hij al buigt als er een vlinder op gaat zitten. Max zet een ridderhelm op, en nu voelt hij zich sterk en groot. Dan gaat Max de wijde wereld in. Hij word een dappere ridder, hij verslaat de draak, en op een dag bevrijdt hij een prinses. Hij vraagt haar om haar hand, maar de prinses wil geen bokser. Daarom trekt Max zijn handschoenen uit en plukt een boeketje bloemen voor haar. Bij het koorddansen doet hij zijn laarzen uit. Zo kan hij beter zijn voeten voelen. Om te zwemmen trekt Max zijn ijzeren harnas uit. Nu kan de prinses zijn hart zien. ’s Avonds kussen ze elkaar, dat gaat veel fijner zonder helm. En elke kus maakt hem even sterk als tien harnassen. Ze trouwen en wonen in een glazen paleis.